Home | Wet- en regelgeving | Open source software: wat is dat eigenlijk?
  • Tijdschrift controlling

    Maximale meerwaarde voor financiële professionals
  • Over SALARISADMINISTRATIE

    Hét no nonsense blad voor de salarisadministrateur

Open source software: wat is dat eigenlijk?

Open source software: wat is dat eigenlijk?
Deel dit op LinkedIn!
26-01-2012 - Wanneer open source software in zicht komt, lijkt het analytisch vermogen van gebruikers af te nemen. Wie beseft dat open source software een bonte verzameling van juridische constructies voor de beschikbaarstelling van softwarecode betreft, fronst de wenkbrauwen wanneer een gebruikersorganisatie of ict-leverancier verklaart ‘voor open source’ te kiezen. Wat is de ratio hiervan? Wat behelst de keuze nu precies? Voor een goed begrip van open source software en dus ten behoeve van een zorgvuldige keuze ten aanzien van het leveringsmodel voor programmatuur, is analyse onontbeerlijk.



Er was eens een Amerikaanse programmeur die zijn collega’s graag hielp en dat ineens niet meer kon doen, omdat door de introductie van de VAX-minicomputer van Digital Equipment Corp. een einde kwam aan het tijdperk van software-sharing, waarin ‘buren’ elkaar hielpen met het oplossen van automatiseringsproblemen. Digital leverde namelijk het besturingssysteem voor de VAX als closedsourcesoftware. Sterker nog, voor de runcode-only-licentie moest Stallman een geheimhoudingsverklaring tekenen. Een en ander inspireerde hem in 1985 tot het opzetten van de free software beweging.

Free software moet eerder worden beschouwd als free speech (vrijheid van meningsuiting) dan als een gratis product. Stallman plaatst [c]free[r] software tegenover proprietary software, dat wil zeggen software in eigendom van een commerciële leverancier. Zijn concept om software ‘vrij’ te houden luidt copyleft. Daarbij gaat het om ‘a general method for making a program free software and requiring all modified and extended versions of the program to be free software as well’. Copyleft vormt een essentieel onderdeel in de GNU General Public License (GPL), waaronder het besturingssysteem Linux wordt aangeboden.

De copyleft-constructie is gegrond in het intellectuele eigendomsrecht en auteursrecht, dat inhoudt dat de maker van een auteursrechtelijke beschermd werk, zoals een roman, schilderij, muziekstuk of computerprogramma, het exclusieve recht heeft om te bepalen wat er met zijn werk gebeurt. Eigen gebruik, of bijvoorbeeld aanbieden aan de markt. In het algemeen geldt dat iedereen die iets met een computerprogramma van een ander wil doen, zich aan het auteursrecht en de contractuele voorwaarden moet houden. Dat is dus ook van toepassing op free en open source software.

Free software te rigide
Eind jaren negentig ervoeren sommigen het rigide karakter van free software als te beknellend en bovendien misleidend, omdat free software te veel nadruk zou leggen op het gratis karakter. Langs deze gedachteweg ontstond de Open Source Definition (OSI): tien criteria voor open software licenties. Opvallend is dat OSI onderscheid aanbrengt tussen free en open source computerprogramma’s. Open source wil het auteursrecht niet afschaffen; de free software activisten van Stallman wel. Open source rekent free software tot open source software, vice versa neemt de free software beweging juist afstand van open source software.

Bij open source gaat het niet alleen om toegang tot de broncode, ook moeten volgens OSI de juridische voorwaarden voor verspreiding van een open source programma in overeenstemming zijn met de tien criteria. Zo dient de licentie onder meer levering of beschikbaarstelling van de broncode voor te schrijven, is de licentie altijd technologieonafhankelijk en mag de licentie niet discrimineren. Ook het vragen van een vergoeding voor gebruik is contractueel verboden. Verder kan OSI desgevraagd contracten certificeren, zoals dat onder meer met de GPL gebeurde. Thans zijn ruim zestig licenties gecertificeerd.

Open source software in de 21ste eeuw kenmerkt zich door oneigenlijke dualisering en politisering. Wie de media leest en de discussies volgt, zou bijna denken dat er tegenwoordig maar twee soorten computerprogramma’s zijn: open en closed source software. Juister gezegd: twee typen businessmodellen en juridische voorwaarden voor de beschikbaarstelling van computerprogramma’s. Dat is onjuist, maar door de duale positionering raken andere businessmodellen voor de beschikbaarstelling van software en de bijbehorende licentievoorwaarden onderbelicht. Denk aan freeware zoals Adobe Reader, dat zonder licentievergoeding wordt aangeboden, maar geen open source software betreft.

En wie open source software tegenover proprietary software dan wel commerciële software plaatst, draagt verder bij aan misverstanden. Zoals eerder opgemerkt, ook op een computerprogramma (runcode en broncode) dat op basis van een open source licentie wordt aangeboden, rusten immers intellectuele [c]eigendoms[r]rechten, zoals auteursrechten en merken en soms ook octrooien.

Een zuivere tegenstelling luidt: proprietary software tegenover de categorie computerprogramma’s in het publieke domein, omdat vanuit het juridisch gezichtspunt zowel computerprogramma’s die op grond van open source licenties als zogenoemde ‘gesloten’ source licenties worden aangeboden proprietary (in eigendom) zijn. In geval van publiek domein heeft de rechthebbende (eigenaar) afstand van zijn eigendomsrechten op de software gedaan. Het programma is letterlijk rechtenvrij.

Economische waarde
Inmiddels zijn er meer dan tweehonderd open source licenties beschikbaar, waarvan het Institut für Rechtsfragen der Freien und Open Source Software de belangrijkste heeft gerubriceerd. ICT-leveranciers kiezen bewust voor open source software om er geld mee te verdienen; omdat het concept en/of de programmatuur in het concrete geval economische waarde voor hen creëert.

Sommigen mogen er wellicht anders over denken, maar binnen de hightechindustrie bestaat waarschijnlijk volledige consensus over de commerciële status van software die op basis van een open source licentie worden aangeboden. Anders gezegd, het lijdt geen twijfel dat open source software economische waarde voor de aanbieder kan creëren en daardoor onder de noemer van een commercieel product of dienst valt.

Op softwarecode die in de categorie open source valt, dus met inbegrip van free software, rust gewoon auteursrecht, is meestal merkenrechtelijk beschermd en soms zijn er ook nog octrooien op verleend. Bovendien zal de gebruiker zich, net als in andere gevallen waarin hij geen eigendom op de programmatuur heeft, moeten houden aan bepalingen van het licentiecontract.

De crux van open software ligt in de vrije beschikbaarstelling van de broncode van een computerprogramma. Vrij wil in dit kader zeggen: openbaar en zonder kosten. Voor een gebruikersorganisatie bestaat de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan, naar eigen keuze een leverancier te contracteren of voor verdere ontwikkeling, onderhoud en ondersteuning afhankelijk te zijn van een bepaalde open source gemeenschap.

Algemene voorwaarden
De voorwaarden waaronder de software (runcode en broncode) ter beschikking wordt gesteld, vormen in juridische zin algemene voorwaarden omdat de gebruiker er niet zijn handtekening onder zet. De inhoud van een open source licentie verschilt echter wel van de contracten voor software die op andere wijzen wordt verspreid. Centraal bij open source software staan ruime gebruiksrechten, zoals het recht de programmatuur te kopiëren, te veranderen en te verspreiden. En dat zijn precies die rechten die softwareleveranciers in beginsel verbieden.

Maar daar staat tegenover dat een open source licentie de gebruiker in de regel nauwelijks of geen waarborgen geeft. Zo ontbreekt een garantie dat de programmatuur blijft functioneren volgens de schriftelijke specificaties. Sterker nog, het contract mag niets zeggen over de software zelf! Ook verklaart de open source leverancier niet dat hij bevoegd is de software te verspreiden en dat hij geen intellectuele rechten van anderen schendt, terwijl vrijwaring van de licentienemers tegen dit soort claims eveneens ontbreekt.

Extra juridische risico’s
Het gebruik van open source computerprogramma’s blijkt extra juridische risico’s met zich te brengen, dat toepassing in de praktijk niet uitsluit maar aanvullende feitelijke en juridische maatregelen vereist. Naast onduidelijkheid over de tweehonderd open source licenties en de duizenden open source computer programma’s (alleen al het besturingssysteem Linux kent meer dan tien distributies, elk met vele versies), creëert de oprukkende politisering en deels oneigenlijke dualisering van businessmodellen en juridische voorwaarden voor computerprogramma’s, zoals open source software versus closed source software, verwarring bij bestuurders in de publieke en private sector.

Hoewel de website sourceforge.net informatie geeft over meer dan 150.000 open source softwareprojecten wereldwijd, blijft de keuze voor open source software in zoverre toch technologisch onbepaald, omdat een open source licentie per definitie niets mag zeggen over de techniek – de programmatuur – zelf. Hoe verhoudt zich deze contractuele regel met belangrijke aandachtspunten bij de besluitvorming over ICT, zoals specificaties, interoperabiliteit, standaarden en garanties?
*
Mr. V.A. de Pous werkt sinds 1983 als zelfstandig bedrijfsjurist en industrieanalist te Amsterdam en houdt zich bezig met de rechtsaspecten van digitale technologie en de informatiemaatschappij.

*
pictureBij dit artikel hoort de online cursus ‘Open source computing’ Met deze cursus kunt u punten behalen in het kader van uw permanente educatie (PE ). Ter kennismaking kunt u de cursus ‘Best in finance’ gratis volgen en uw eerste studiepunten behalen. Kijk HIER voor meer informatie en een overzicht van alle cursussen.


terug signaleringarchief doorsturen printbare versie

Wet- en regelgeving

gratis e-mailnieuwsbrief

Ontvang elke week gratis het laatste nieuws voor financiële professionals.
Aanmelden

Social Media

opleidingen & congressen

NIEUW: Het budgetteringsprocesmodel


NIEUW: Het budgetteringsprocesmodel In dit boek wordt onderzocht of het bijzondere karakter van een projectorganisatie een aangepaste manier van budgetteren vereist. Daarnaast is een budgetteringsprocesmodel ontwikkeld dat optimaal voor projectorganisaties is. Projectorganisaties zijn meestal georganiseerd als matrixorganisaties die zijn opgebouwd uit projectteams en functionele afdelingen. Hoe moet het budgetteringsproces eruit zien om goed aan te sluiten op dergelijke organisaties?

Auteurs: André de Waal en Matthijs van Wijk

meer informatie

Handboek investeren en financieren


Handboek investeren en financieren Investeren lijkt gemakkelijk maar is dat niet. Investeren is een vak apart, hetzelfde geldt voor financieren. Praktijkervaring en theoretische kennis zijn een vereiste. Private equity en kredietverlening zijn beide in de loop der jaren steeds professioneler geworden en redeneren inmiddels volledig vanuit cashflows. Dit boek behandelt van A tot Z de stappen die professionele investeerders en financiers in de dagelijkse praktijk zetten voordat zij een risicopositie nemen in een onderneming. Het boek biedt een theoretische onderbouwing daar waar nodig.
Auteur: Taco Rietveld

meer informatie